Het victoriaanse huis van John Boyne

H

Tot voor niet zo heel lang geleden gingen wij, mijn kinderen, mijn partner en ik, strijk en zet op vakantie naar een oud boerderijtje buiten Warnsveld – tussen Warnsveld en Almen, om precies te zijn. Dat was een bouwvallig huisje – het was veredeld kamperen daar, met de luxe van een douche en een eenvoudige keuken; de charme zat hem in het bankje voor het huis, met een prachtig uitzicht over de glooiende velden. Daar zat ik vaak te mijmeren, genoeglijk met een pijp in de mond, over van alles en nog wat. En ‘s avonds, als de schemer viel, scheerden de vleermuizen langs, en half boven en half door het gewas heen, flonkerde er een lichtje, verdwijnend en verschijnend, van de naastbij-gelegen boerderij. Over die boerderij vertelde ik op een avond mijn kinderen, die toen nog jong en ontvankelijk waren, een spookverhaal: dat daar een oude boer had gewoond, die geen afscheid van het leven en van zijn boerderij had kunnen nemen, en die zo af en toe terugkeerde met een lantaarn in zijn knokige handen. ‘Dat is het licht dat je daar ziet flakkeren’.

Geloofde ik daarmee in spoken, in de zin van mensen die de eeuwige rust niet hebben kunnen vinden en nog ronddolen op de aarde tot hun vloek verbroken is? Welnee, dat niet. Maar het spookverhaal had wel tot gevolg, dat toen de kinderen eenmaal vredig sliepen (zij wel), en ik mijn gang naar boven maken moest op de krakende trap, ik schichtig op de tast de treden beklom, schrikkend van elk geluidje… Kortom, ook al verzin je ze zelf, spookverhalen missen hun uitwerking niet! En mits goed verteld die verhalen, zijn de meeste mensen, ook de onversneden rationalisten, bereid ze voor waar aan te nemen – zolang de betovering van de vertelling duurt. Zo samen griezelen heeft ook iets knus – mensen kruipen dichter bij elkaar als het eng wordt.

De beste spookverhalen hebben nog één ding gemeen: ze wortelen in de werkelijkheid, ze zijn in zekere zin aannemelijk: vaak verklaren ze een verschijnsel waarvan ieder zegt: ‘ja, dat ken ik ook!’, of ze haken aan bij angsten die eenieder kent, of bij demonen uit ons verleden. Hoe minder ‘phantasy’, hoe griezeliger – die stelling durf ik wel te verdedigen.

En griezelig is Het victoriaanse huis, op meeslepende manier; het is moeilijk weg te leggen. Het leest als een boek van Charles Dickens, die ook nog een rol speelt in het boek  – het is een gothic novel die speelt in zijn tijd, de negentiende eeuw in Engeland. Ik zou de Engelse titel, This house is haunted, weliswaar anders vertaald hebben – wat is er tegen: Het spookt daar in dat huis? Het verhaal begint midden in de realiteit, met een onderwijzeres die haar geliefde vader verliest, en om haar leven een andere wending te geven, als gouvernante van twee kinderen gaat werken. Als ze aankomt bij het oude landhuis, doen de kinderen open; ze zijn alleen… En nee, verder vertel ik niks – lees echt zelf maar. Dit eenvoudige verhaal duikelt zaken op uit het verleden van het huis, een onverwerkt verleden – en haakt daarmee aan –  aan de demonen die ieder in zijn leven wel kent, onverwerkte en onverteerbare gebeurtenissen. De spoken die optreden zijn personificaties van het slechte dat daar gebeurd is, en van het goede uit het leven van onze onverschrokken gouvernante, een strijd tussen Goed en Kwaad. Op een gegeven moment heeft onze hoofdpersoon een gesprek met een dommige priester, die niet wil aannemen dat het spookt in dat huis – wat mij betreft wel een hoogtepunt van het boek. Waarom hij wel aanneemt dat na de dood zielen in de hemel of in de hel huizen, en vooruit, ook weifelende zielen in het vagevuur – maar waarom hij verwerpt, dat er nog een vierde plek is waar zielen dolen die nog niet klaar zijn met hun aardse obsessies… Het maakt het boek tot net ietsje meer dan alleen een verhaaltje voor rond het knapperend kampvuur.

Inmiddels is het boerderijtje buiten Warnsveld afgebroken, de bomen er rond omheen gekapt. Er staat nu een nieuwerwets misstaand geval, uit steen en beton opgetrokken. Mijn gedachten gaan nog vaak uit naar die paradijselijke plek – voor ons een voorafschaduwing van de hemel op aarde. Niet voor niets hebben wij ons eigen huisje aan de rand van de Groningse prairie ‘Nij Warnsveld’ gedoopt. Maar soms, als het buiten duistert en er een storm opsteekt, dwaalt mijn geest nog naar die plek daar tussen Warnsveld en Almen. En hoewel de trap naar boven tegenwoordig van beton is, kraken de treden als de bewoner naar boven gaat – de lampen knipperen, angstig trekt de man zijn deken over zich heen. ‘Is er iets?’ vraagt zijn vrouw. ‘Nee, nie-iets’, antwoordt hij, en kruipt knus tegen haar aan.

6 reacties

Laat een reactie achter op Karel Wiecherink annuleren

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.

  • Een prachtig verhaal en voor mij als regelmatige bezoeker van Warnsveld ook heel herkenbaar. Een ander spannend verhaal van Boyne is The House of special Purpose, over de ondergang van de Romanovs en de mythe dat Anastasia, de jongste dochter van de tsaar, de moordpartij door de sovjets zou hebben overleefd. Een klassiek Engels spookverhaal, inclusief vervallen landhuis, is The little Stranger van Sarah Waters. Ook aanbevolen.