Moedervlekken – een roman van Arnon Grunberg De zin van het leven, de zin om te leven

moedervlekken

Recentelijk kwamen er van regeringswege plannen om bij een ‘voltooid leven’  hulp bij zelfdoding onder strikte condities toe te staan. Hierna barstte in de publieke opinie de discussie los, zoals altijd bij ethische kwesties rondom het beschikkingsrecht over het leven. De roman Moedervlekken die dit jaar verscheen, is natuurlijk niet geschreven als ammunitie voor één van de partijen in dit debat. Het is toeval dat dit boek cirkelt rond de vragen van leven en dood, van de zin van het leven tot geen zin meer hebben om ermee door te gaan. Daarbij: het is een roman, geen betoog, dus het appelleert aan meer dan het verstand  – maar hoe je ook denkt over dit soort kwesties, het doet goed dit boek te lezen. Ik werd er stil van. Het bracht mij een inzicht bij.

Hoofdpersoon is psychiater Onno Kadoke, werkzaam bij de crisisdienst met als voornaamste taak: suïcidepreventie. Beroepshalve heeft hij dus alles te maken met mensen die willen sterven. Hij handelt al die gevallen af volgens de in de psychiatrie geldende protocollen. Hij is een onberispelijke professional. De roman geeft een aardige inkijk in de werking van zo’n crisisdienst. Maar als hij voorkomt dat cliënten sterven, krijgen ze dan ook een leven?

Niet alleen in zijn beroep, maar ook in zijn persoonlijk leven heeft Kadoke te maken met moeder die, oud en der dagen zat, steeds weer verleid moet worden om te blijven leven. Hij moet haar bijvoorbeeld overhalen om in elk geval het minimale te eten. Daarmee is zijn moeder, zo te zeggen, Kadokes zwakke plek, de anomalie op de huid van zijn leven. Moedervlekken zijn over het algemeen onschuldige pigmentafwijkingen, maar je moet uitkijken dat ze niet van kleur veranderen of groter worden – dan zouden ze kwaadaardig kunnen blijken. Wordt Kadokes zwakke plek hem uiteindelijk fataal? Weegt de liefde van de zoon op tegen het schuldgevoel dat de moeder voelt als overlevende van de Jodenvervolging in de tweede wereldoorlog?

Je kunt ook zeggen dat Kadoke zelf het leven niet in alle volheid leeft. Hij is daarvoor teveel bezig met anderen redden – zichzelf kan hij niet redden. Dat blijkt uit een paar gebeurtenissen die de zo evenwichtige psychiater van zijn stuk brengen. Hij vergrijpt zich, in een heftige vlaag van verliefdheid en geiligheid, aan één van zijn moeders verzorgsters. Hij wordt door de vriend van het meisje in elkaar geslagen. En hij maakt in zijn kwaliteit van psychiater een inschattingsfout. Hij laat zich in een crisisgeval een rad voor ogen draaien door de ogenschijnlijke stabiliteit van zijn cliënt. Hij laat hem niet opnemen, en de man pleegt enkele dagen later alsnog zelfmoord. Door dit alles komt het leven van Kadoke op losse schroeven te staan: zijn moeder komt zonder verzorgsters te zitten en hijzelf raakt in een existentiële crisis over wat hij als psychiater eigenlijk al dan niet vermag.

Tot deze crisis vond ik de roman nog niet echt boeiend. Er gebeurt weinig in, en in helder maar vrij droog proza wordt de onberispelijkheid van de psychiater en vooral: zijn professionaliteit, benadrukt. Met de faux pas van Kadoke begint het verhaal te intrigeren en modder los te woelen van de bodem van onze ziel. Kadoke heeft daarna voortdurend het idee dat hij aan het vallen is – dat beeld komt steeds weer terug. Hij delft ook twee keer het onderspit, wordt twee keer in elkaar geslagen. Misschien moet ik zeggen: drie keer. Want als hij op aandringen van zijn moeder op een cursus zelfverdediging gaat (Krav Maga, een Israëlische vechtsport waar heel veel is toegestaan om een belager uit te schakelen) kan hij het niet volhouden. Zelfs als de instructeur zijn laagste instincten probeert te wekken, schreeuwt: ‘Laat zien dat je niet wilt sterven – dat is waar Krav Maga over gaat, laten zien dat je niet wilt sterven.’ En zelfs (de instructeur is zelf ook Joods): ‘Wil je vergast worden, Jood?’  Voor het eerst beseft Kadoke dat het maar de vraag is, of niet-sterven te prefereren is boven sterven. Die ‘Umwertung aller Werte’, deze kanteling in suïcidebestrijder Kadoke is misschien ook wel het begin van het zelfinzicht, van de uiteindelijke volwassenwording van Kadoke’s wereldbeeld. Hij besluit van de cursus af te gaan – dit soort geweld wil hij niet, hiertegen wil hij niet opgewassen zijn.

Wat hij wèl doet is tamelijk mesjogge (toepasselijk woord wel, in dit verband). In zijn crisisdienst krijgt hij een jonge vrouw, borderline-patiënt, die zichzelf snijdt en bleekwater drinkt en de psychiater ook een glas daarvan aanbiedt, voor de gezelligheid. Deze Michette is gepokt en gemazeld in de hulpverlening en daardoor eigenlijk niet meer op de conventionele, protocollaire wijze te helpen door de psychiatrie – het enige wat die kan doen is ‘pappen en nathouden’ en iemand net zo vaak oplappen tot het een keer echt misgaat. Met die faliekante mislukking voor ogen van de onvoorziene zelfmoord van die eerdere cliënt, besluit Kadoke tot iets zeer onconventioneels. Hij besluit Michette in huis te nemen als bejaardenverzorgster voor zijn moeder. Hiermee begaat hij een beroepsfout groter dan alle tevoren, en hij loopt een groot risico: dat als dit uitkomt, hij zijn carrière wel kan vergeten.

Waarom doet hij dat? Snijdt voor hem het mes aan twee kanten: heeft hij het idee dat hij Michette kan redden door haar een verantwoordelijke taak te geven, en tegelijk voorzien in de zorg voor zijn moeder? Of is het een kwestie van de duivel met Beëlzebub uitdrijven? Michette zoekt, als echte borderliner, steeds zijn grenzen op – daagt hem uit, probeert hem te verleiden; sterker, ze voelt steeds onder zijn overhemd naar de moedervlekken op zijn rug. Eigenlijk symboliseert deze laatste handeling dat Michette Kadokes zwakke plek kent: zijn moeder. In eerste instantie (maar daar kom ik op terug) ben ik geneigd de oplossing die Kadoke vindt, te zien als een noodgreep van een in het nauw gedreven man – psychiater en zoon.

Tja, die moeder…

Voorbij een doornige haag van vooroordelen ben ik gegaan, voordat ik Moedervlekken van Grunberg ter hand nam. Op internet waar ik me pleeg te oriënteren in welk boek ik me van mezelf mag onderdompelen, kwam bij bespreking van dit boek vaak de verhouding voorbij van Grunberg tot zijn eigen moeder – een verhouding die ver van mij af staat, mij misschien wel tegen de borst stuit. Dat zal iets persoonlijks zijn – de relatie met mijn eigen moeder was laat ik maar zeggen, gecompliceerd, mijn moeder mijn liefste noemen kwam in mijn vocabulaire niet voor. En ik zag afgelopen jaar bovendien een hele reeks boeken waar zonen hun eigen moeder centraal stelden. Ik had me eigenlijk voorgenomen om dergelijke boeken links te laten liggen – net zomin als ik nog zin heb in boeken die de afrekening met het benauwde protestantse milieu als onderwerp hebben. Daar heb ik genoeg last van gehad – boeken mogen me best confronteren met mijn eigen demonen, maar ik ben geen masochist. Men had mij afgeraden om op internet andere recensies te lezen – maar daarvoor was het voor mij te laat.

Maar ik kwam erachter dat dit toch geen moeder-zoon boek in de gewone zin van het woord is. Grunberg heeft met een enorme tour de force het al te autobiografische buiten de deur gezet: de moeder blijkt eigenlijk de vader te zijn. Nadat moeder overleden was, werd vader ten diepste toe depressief – een depressie die niet overging totdat vader de kleren van moeder aantrok en uiteindelijk de rol van de moeder overnam, ja zelfs de moeder werd. Bij mij rinkelde een belletje van het Oedipuscomplex: de vader vermoord (of althans teruggebracht tot de piemel die nog aan moeder blijkt te zitten), de zoon die zeer innig met zijn moeder omgaat. Die liefdesbetuigingen stuitten mij regelmatig tegen de borst; de benen van de moeder omvatten en dan constateren dat ze nodig geschoren moeten worden – dat krijg je, als de moeder eigenlijk de vader is. Van dat vooroordeel kon ik mij maar heel moeilijk losmaken.

Maar daar draait het in het boek niet om. In heftige dialogen, in scherpe beschouwingen, op en neer gaand, gaat het om de onmacht van de mens om anderen te redden. In het verlengde daarvan: van de psychiatrie om zin aan het leven te geven. Gaat het om het protocol in de psychiatrie tegenover de empathie. Gaat het om het onderscheid tussen niet-sterven en leven.

Opeens flitste het door mij heen (en dat was de geweldige openbaring die dit boek mij bracht): Kadokes oplossing was geen makkelijke uitweg. Het is de enige weg die wij mensen – en niet alleen Michette en de moeder – in al ons menselijk tekort kunnen gaan: de lamme leidt de blinde. De oplossing ligt niet in de arts die alles weet en even zegt hoe het moet, maar in mensenkinderen die elkaars zwakheid respecteren en die elkaar stutten. Wij zijn allen veroordeeld tot het leven; als medegevangenen kunnen we, moeten we solidair zijn met elkaar. Aan het eind van het boek gloort een greintje hoop. Kadoke rookt nog een sigaretje. Zijn moedervlekken zijn weggehaald. Hij kan aan zijn leven beginnen. En ik ook.

2 Reacties Schrijf een reactie