Masterclass Recenseren boeiende zaterdagen in oktober

literatuurhuis Utrecht

Wij hadden vroeger in Eindhoven een overbuurman die, zoals dat heette, een niet onverdienstelijke ‘zondagsschilder’ was – daarmee werd niet bedoeld dat hij slechts op zondag schilderde, maar wel in zijn vrije tijd. Hij was geen beroeps. Bij mijn ouders thuis hingen in de woonkamer enkele van zijn schilderijen, die ik als kind misschien niet echt op waarde schatte, maar waarvan ik nu zeg, ondanks de waas van mijn vaders sigarenrook eroverheen: prachtig! Oude Brabantse boerderijtjes, landschappen rondom Eindhoven. Het verhaal gaat, en wat ervan waar is weet ik niet, dat deze man, Van Maasijk, op een dag besloot een opleiding in tekenen en schilderen te gaan volgen. Volgens mijn vader verloor hij daarbij zijn spontane talent. Zijn schilderijen werden daarna minder.

Zoals gezegd – ik weet niet of het verhaal klopt. Op alle andere gebieden zou mijn vader, van beroep toch leraar, beweerd hebben dat een mens nooit genoeg kan leren. Ik zou door dit verhaal bijna huiverig geworden zijn om de Masterclass Recenseren te volgen – twee zaterdagen in de afgelopen maand oktober, georganiseerd door de website http://www.literairnederland.nl/. Ik afficheer mijzelf graag als amateur op het gebied van de letteren en heb niet de ambitie en de pretentie dat ik hiervan een beroep maak. Ik ben een ‘zondagsschrijver’ van leeservaringen, zo u wilt. En worden, nu ik geprobeerd heb het beschrijven van mijn leeservaringen op een hoger plan te brengen, mijn stukjes – nou ja, stukken – minder spontaan? Omdat ze bijvoorbeeld in een bepaalde mal gegoten moeten worden: het format dat de beroeps aanhouden, voortaan dwingend aan mij opgelegd?

Daar was ik eigenlijk wel een beetje bang voor. Wie mijn blogs wel eens leest, weet dat ik er een tamelijk particuliere, soms wat wijdlopige stijl op nahoud. Ook de WordPress plug-in die mijn vindbaarheid op internet en mijn leesbaarheid probeert te vergroten, klaagt regelmatig dat ik mijn zinnen korter moet maken. Mijn stijl mag, laten we het daarover eens worden, geen voorbeeld zijn voor kort en bondig taalgebruik. Ik probeer de laatste tijd wat vaker de punt te vinden op mijn toetsenbord. Dat lukt. Ik kan kort. Toch wel. Tot op het elliptische af.

Maar voor aanmerkingen op mijn stijl was ik niet het meest bevreesd. De beschrijvingen van mijn leeservaringen zijn vaak hoogstpersoonlijk, wijken af van de recensies elders, in boekenbijlagen bijvoorbeeld. Ik denk dat lezers van mijn blogs niet alleen iets te weten komen over de boeken die ik bespreek, maar minstens evenveel over mij, over hoe ik in het leven sta. Ook daar probeer ik paal en perk aan te stellen – wat moet een relatief onbekende met al mijn leed en somberheid die in zijn schoot geworpen wordt? Ik probeer de laatste tijd wel eens een glas halfvol te vinden. Dat gaat me niet altijd goed af, maar als ik me erg depressief voel kan ik sowieso niet schrijven. Dan is bij voorbaat alles al mislukt. Schrijven is daarop eigenlijk een kleine overwinning.

De kritiek op mijn recensies vielen me mee. Natuurlijk wijken recensies op papier af van die op internet: op papier is de toebemeten ruimte krapper en op internet mag je zelf weten hoever je het geduld van je lezer oprekt. Maar uiteraard kreeg ik de opmerking dat ik me af en toe moest beperken. Eén van mijn docenten, Jaap Goedegebuure, vond in mijn leeservaring van Moedervlekken mijn alinea’s over mijn eigen moeder te intiem. Arjen Fortuin had net zelf Compassie van Stephan Enter gelezen – en kwam met een belangwekkende constatering: hoe je een recensie over zo’n lul van een vent toch zó kan schrijven, dat een lezer zich niet direct in walging afwendt en het hele boek links laat liggen – terwijl het toch bijzonder goed geschreven is.

Ik zal Fortuins ‘tien geboden van een recensent’ boven mijn bureau hangen – ik denk dat ik daar een eind mee kom. Eén van die aanbevelingen betrof het ‘precies’ beschrijven van je bevindingen – hoe voor de hand liggend, en hoe vaak bijzonder moeilijk om te doen… Het was een mooie ervaring om me twee dagen lang met gelijkgezinden onder te dompelen in zaken die me na aan het hart liggen – lezen, literatuur, verwoorden… Ik heb een paar collega bloggers gevonden – kijk bijvoorbeeld eens naar http://www.justread.nl – wat een prachtig blog is dat! En zelf heb ik een paar lezers op mijn blog erbij gekregen.

Maar na ampele overweging heb ik besloten om die inkijk in mijn ziel, dat doorwerken van mijn opvoeding in mijn leven, toch niet geheel en al uit mijn leeservaringen te weren. Hoe zou ik dat ook kunnen. Het is als die sigarenrook van mijn vader over de schilderijen van Van Maasijk – je kunt wel proberen om die schilderijen schoon te maken, maar mijn hemel, wat ga je dan beschadigen; welke doorleefdheid ga je er dan vanaf schrapen? Juist het donker van die schilderijen is wat ik me ervan herinner, en wat kan het dan schelen als de schilder ze zo niet geschilderd heeft? Voor mij is dat donker in mijn ziel het wezen van mijn beoordelingsvermogen, het erover schrijven mijn ultieme poging om uit die diepte op te klimmen – in feite om op slechte bodem toch schoonheid voort te brengen.

1 Reactie Schrijf een reactie

  1. Dank voor je compliment en aanbeveling, Reinder.

    Ik vond dat Arjen Fortuin een mooie omschrijving gaf over deze kwestie: het moet persoonlijk zijn, maar niet particulier. Juist die persoonlijkheid is de reden dat ik graag stukken van anderen lees. Ik kijk uit naar je volgende stukken.