Kloet’n en Klaisters Een Brabantse nachtmerrie

Gele custardvla. Sommige jongere mensen moet ik dat uitleggen – het was vroeger een geliefd toetje, zelfgemaakte gele custardvla. Ik denk dat je custardpoeder nog steeds wel ergens kunt kopen, en dat moet je dan aanlengen met melk en dat dan vervolgens weer bij kokende melk gieten, onder heel goed roeren. Dan nog even laten doorkoken et voilà, vla.
Eenvoudig procedé en makkelijk uit te leggen, maar voor mij zit er een wereld van verborgen kinderleed achter. Er zijn ergere trauma’s misschien, maar je zult er maar mee behept zijn. Bij mij vroeger thuis hadden ze andere kwaliteiten dan het culinaire, dus dat eerst aanlengen en dan goed roeren zat er niet zo in. Dat betekende dat er kloet’n in de pap kwamen – en ik heb één niet Friessprekende Friezin gehoord over klaisters. Kloet’n of klaisters, het klinkt smerig – en dat was het ook. Met een beetje geluk was de melk ook nog overgekookt en aangebrand onderin de pan. Die geur alleen al. Herinneringen zouden nog beter naar voren komen als ik ze niet alleen in die gele kleur, maar ook in geuren kon vertellen. Die vla werd een uur voor het eten al gemaakt, dus tegen de tijd van het toetje had zich een enorm dik vel op de lauwe vla gevormd. Ik had geluk als oom Albert er was. Die hield van vellen, en ik zag hem met griezelend genoegen het vel van de vla trekken en met zijn toen al tandeloze mond naar binnen slobberen.
Maar oom Albert was er lang niet altijd. Bovenop dat lauwwarm lillend vel, dat als een spanlaken over de vla zat, werd dan op zondag ook nog een blik abrikozen op siroop uitgekeerd met siroop en al. We hadden het goed immers!
En dan kreeg je in je bord waaruit ook soep gegeten was en aardappels met vette jus, een lepel vla met een abrikoos uitgekeerd. ‘In je maag komt het toch allemaal bij elkaar jongen’… werd er gezegd. Hebt u wel eens het effect gezien van zo’n halve bol van een abrikoos die je met je lepel klein probeert te krijgen: welnu, het gebeurde mij steevast dat die abrikoos onder mijn lepel wegschoot, regelrecht de lampenkap boven de tafel in. En dan moest ik weer naar mijn kamer, want volgens mijn ouders deed ik het erom. Ik loof de dag dat fabrieksvla en toetjesschaaltjes uitgevonden werden, en ik wantrouw mensen die vla met fruit vervuilen.
Je kunt aan mijn uitspraak van ‘gele vla’ horen dat ik uit Brabant kom. Het is het enige woord dat ik niet met die schurende keelpijn veroorzakende ch-klank kan uitspreken, en het klinkt bij mij eerder als <gille> vla dan als <cheele>. Daar schaam ik me niet voor. Dit soort herinneringen hoor je in je eigen taal te verwoorden, in geuren en kleuren. Ik ben ook nog van Gronings-Friese afkomst, dus die kloet’n en klaisters houd ik er ook in.

Of, nou ja, ik heb ze er liever uit…

1 Reactie Schrijf een reactie

  1. Dank u voor dit jeugdleed…. Mij zeerzeker bekend. Ik lees dit net voor aan mijn lieve moeder die als reactie geeft: ooo! Oma kon dat ook zo goed. Evenals griesmeelpudding waarvan je qua viscositeit plakken zou kunnen snijden… Als je geluk had ‘n beetje Tova er over. Net zo lekker als de groentensoep van mijn oma; met een kruidenbuiltje van Struik en een pot bouillon en dan dat stond dan de dag daaropvolgend nog eens heerlijk te pruttelen op het petroleumstelletje wat, naast dat het te hoog stond ook nog, stond te walmen. Die petroleumwalm trok dan lekker in de groentensoep waarbij de groenten dan 5 minuten voor opdienen in de soeppan gedropt werden……ieuw! Goed genoeg eetleed voor vandaag. Bedankt voor je leuke geschrift Reinder.