JL, een roman van Anjet Daanje De geschiedenis als verhaal

omslag-jl-en-auteur-anjet-daanje

‘Waar was jij op het moment van de Bijlmerramp?’ Dit soort vragen stellen we elkaar als we gedenkwaardige gebeurtenissen memoreren. Het houdt onze herinnering levendig – ik weet nog precies waar ik was toen die Boeing 787 neerstortte op de Bijlmer.

De in Groningen wonende schrijfster Anjet Daanje (pseudoniem van Anjet den Boer) volgt in haar boek JL een omgekeerd procedé: recente historische feiten vormen en markeren belangrijke gebeurtenissen in de persoonlijke geschiedenis van verteller Finn en Juno Linnaarts; de romantitel kan voor die laatste naam staan maar natuurlijk ook voor ‘jongstleden’.

Misschien moet ik het wel een liefdesgeschiedenis noemen – tussen twee kinderen die tegenover elkaar wonen, samen opgroeien. Neef en nicht – later in het boek (b)lijkt de familierelatie nog wat verder uit elkaar te liggen. Maar door alles heen vooral zielsverbonden.

Want ingewikkeld zit de familie in elkaar, en vol verhalen. Keer op keer maakt de verteller duidelijk dat een mensenleven niet alleen van feiten maar vooral ook van verhalen aan elkaar hangt. Finn is een ras-verteller: het raamwerk van de roman zijn de verhalen die hij ’s avonds voor het slapengaan zijn beide kinderen vertelt. En later, als hij hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis is, luidt de boodschap aan zijn studenten dat wij nu samen het verhaal van onze eigen geschiedenis aan het schrijven zijn.

Voorbestemming of toeval – hoe komt het weefsel van ons leven tot stand? Elk mens vraagt zich weleens af, wat er gebeurd zou zijn als ouders nu eens niet dan-en-dan elkaar ‘toevallig’ ontmoet hadden. Was ik dan wel geboren? Als de geschiedenis anders was gelopen, was dat dan wel weer voorbestemd geweest? Die vragen over voorbestemming en toeval zijn de rode draad door het boek; de historische en persoonlijke verhalen zijn er als kleurrijke kralen aangeregen.

Je kunt je alleen wel afvragen of al die verhalen nu wel speciaal voor kinderoren verteld zijn. Af en toe kwam dat geforceerd over – over de hoofden van die arme kindertjes heen worden wij, volwassenen, aangesproken. Dat ‘klopte’ niet altijd. Aan de andere kant, wat zou het mooi zijn wanneer kinderen deze verhalen later als volwassenen nog eens overlazen! De schrijfster houdt haar vertelperspectief niet steeds vol – dan vertelt ze gewoon zelf het verhaal, zonder Finn als verteller. Dat was soms lastig: ging het over de opa van Finn, de verteller, of over de opa van zijn kinderen, dus zijn eigen vader? Later nam het verhaal me mee en was het geen punt meer.

Die manier van vertellen was dus even wennen, maar maakte het boek buitengewoon levendig; je ziet eraan af dat Anjet ook filmscenario’s geschreven heeft (o.a. De geheimen van Barslet). Die sliert van historische gebeurtenissen, waaronder de Bijlmerramp, maakt je zo vlak voor oudjaar weemoedig; maar de eigenlijke boog in het boek is de ontwikkeling van de verhouding tussen Finn en Juno. Twee ‘koningskinderen’, die elkaar niet mochten krijgen. De elektrificerende, bijna erotische spanning tussen die twee – intelligent in het kader van de tijd geplaatst en beeldend onder woorden gebracht.

Totdat Finn duidelijk wordt dat hij in een ander verhaal speelt dan hij altijd dacht; dat hij zijn hele leven een drogbeeld van Juno voor ogen had. Op het moment dat ze elkaar toch even lijken te krijgen, tekent zich de ondergang af. Hun symbiotische verhouding zorgt ervoor dat ze elkaar juist dan verliezen.

Vertellen wij elkaar ons ware verhaal; worden wij werkelijk gekend door de mensen die ons het meest lief zijn? Wij hangen van verhalen aan elkaar; maar laten het in Godsnaam waarachtige verhalen zijn… Dat deze roman je dat doet hopen – het kon minder.

Dit blog wordt ook gepubliceerd in het kerstnummer van Kerk in Stad (Groningen)