Compassie – van Stephan Enter

C

Bij het woord compassie denken wij al gauw aan het begrip dat vooral door Karen Armstrong in zwang is geraakt: de compassie die de kern is van alle menselijkheid, van alle humanisme en ook religie. Letterlijk betekent het woord ‘medelijden’, – het Griekse equivalent, sympathie, heeft in onze taal een verzwakte, afgesleten betekenis. Compassie, om zo te zeggen, heb je ook of juist met degene die jou niet sympathiek is. Met dat begrip ‘medelijden’ is iets merkwaardigs aan de hand. Natuurlijk is medelijden hebben met iemand die het moeilijk heeft, een deugd; maar er zit ook iets in van jezelf stellen boven een ander, omdat je denkt dat jijzelf het beter getroffen hebt dan die ander. En waar ons ego opspeelt, komt de onoprechtheid om de hoek kijken. We kijken met meewarige blik naar die medemens – alsof hij van een andere soort is dan wijzelf.

Compassie is titel en thema van dit boek van Stephan Enter. Het laat zich lezen als een onopgesmukt verhaal van een relatie – door de ogen van de ik-persoon Frank, de verteller in het boek. Het had ook niet anders geschreven kunnen zijn dan in de eerste persoon enkelvoud – dat heeft in dit boek een bijna exemplarische functie, met die narcist van een hoofdpersoon. Compassie, narcist… ik denk dat ik hiermee al een voorschot neem. Daar gaat de schoen wringen.

Frank is zo’n type dat op zijn veertigste nog een studentikoos leventje leidt. Hij heeft af en toe een scharrel, niks serieus, en ja, hij verveelt zich eigenlijk wat in zijn leven. Hij vindt zichzelf nogal geweldig, veinst dat hij jonger is en denkt daarmee weg te komen, pocht op zijn uiterlijk en rijgt de ene vrouw na de andere aan zijn trofeeënketting… Maar na de daad zeilt hij dan alweer van deze weg naar gene. De laatste tijd is hij blasé en zoekt een sterkere prikkel. Hij heeft gehoord dat internetdaten een soort snoeppot is voor mannen als hij. Daarom maakt hij een profiel aan op een site, beleeft een onenightstand of twee, maar verveling kijkt alweer om de hoek. Hij wil net zijn profiel gaan verwijderen, bladert nog een laatste maal door mogelijke kandidaten, en dan: treft hem een foto van een vrouw hem recht in het hart. Hij waagt het er nog één keer op.

Tussen hem en haar ontstaat zoiets wat een relatie genoemd kan worden, Frank denkt dat ze zielsverwanten zijn. In bijna honingzoete woorden wordt hun verliefdigheid beschreven – bijna gênant. Er is echter één probleem: Frank vindt haar seksueel niet bepaald aantrekkelijk, met haar naar bed gaan vindt hij een corvee. Hij heeft wel aantrekkelijker mokkels ‘gehad’. Hoe moet dat nu? Ik laat in het midden of dat erg geloofwaardig is – verliefd zijn zonder dat je elkaar aantrekkelijk vindt. Hoe dan ook, Frank gaat twijfelen: wil hij verder met deze vrouw, die hem seksueel niks zegt? En die ook geen sjoege geeft in bed, alleen een afgeleide van een orgasme heeft…Frank houdt wel van haar, denkt hij, en wil haar niet kwetsen, geniet ook van het feit dat hij opgenomen is in haar leven, haar wetenschappelijke carrière, en geaccepteerd door haar familie – maar wil ‘alles’, dus ook het lichamelijke, de seks. Hij heeft ‘medelijden’ met haar dat ze zich niet helemaal aan hem kan geven, wacht het juiste moment af om het uit te maken – in de hoop dat hun geestelijke contact daarna nog wel kan doorgaan. Prachtig is de scène waarin hij tenslotte met man en macht probeert haar alsnog te bevredigen – wat een toonbeeld van mannelijke onmacht en arrogantie, en wat goed beschreven!

Beschrijvingen van seks leiden in de (Nederlandse) literatuur en film vaak tot kromme tenen; zo niet bij Stephan Enter. Hij schrijft erover zoals het is (natuurlijk vanuit het ietwat verwrongen mannelijke perspectief van zijn hoofdpersoon). Geen romantiek, geen klucht. Dat is uitzonderlijk.

Dit verhaal is misschien in een paar alinea’s samen te vatten, ideaal voor een middelbare school-leerling die het voor de lijst leest – maar dat doet geen recht aan Enters precieze stijl, met mooie beelden die op de juiste plekken het lezen even ophielden: zonde immers om daar snel overheen te lezen. Die stijl is niet samen te vatten, maar deden mij verlangen naar meer.

Uiteindelijk wil Frank, en dat zegt hij ook met zoveel woorden tegen een ander, vorig liefje, het uitmaken met haar, over een maand of twee. Dat is natuurlijk een afstandelijke, cerebrale instelling – liefde is er of ze is er niet, je kunt niet ‘besluiten’ dat ze er over twee maanden niet meer is. Medelijden wordt hier karikatuur, eigenlijk meer een masker voor een uiterst laffe man. Die afstand is natuurlijk ook, wat zij, meer fijngevoelig dan hij, tot in haar vezels voelt. Het boek loopt dan ook heel anders af dan je zou denken… Wie is het uiteindelijk, die wij als lezer met meewarigheid moeten beschouwen? Wie is hier niet tot echte liefde in staat?

Overigens: meewarig – dat woord gebruiken wij nu bij uitstek voor neerbuigend medelijden; het heeft zich in pejoratieve zin ontwikkeld. Tot mijn verbazing blijkt dat een recente ontwikkeling. Ik citeer het etymologisch woordenboek (M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands): 

Gevormd uit → mee‘eveneens’ en → waar 1‘wezenlijk, echt’, oorspronkelijk ook ‘goed, oprecht, ernstig, eenvoudig’ met het achtervoegsel → -ig.

Blijkt dat het huidige woord voor onoprecht medelijden een afleiding van oprecht bevat… Zo moeilijk is het kennelijk, die compassie – ook in de taal verglijdt het zomaar naar iets wat we niet willen: onechtheid, onoprechtheid, afstand en neerbuigendheid.

Ik kende Stephan Enter niet, had nog nooit van hem gehoord of iets van hem gelezen. Bij toeval kwam zijn naam voorbij in een gesprek waar ik zijdelings bij betrokken was – ik zocht die naam intussen snel op bij Google, en besloot terstond en ter plekke ‘iets’ van hem te gaan lezen. Zo gaat dat soms, in de zomer, als je je leven en je lezen meer aan het toeval overlaat dan anders. Een hedendaagse Nederlandse auteur met een klein oeuvre, dat over het algemeen – zag ik in de gauwigheid – her en der lovend besproken werd; hoe had ik nooit van hem kunnen horen? Nu ik wat meer van hem weet, snap ik dat beter. Hij houdt van schrijven, niet van op TV komen, geeft alleen interviews af als het over zijn werk gaat – kortom, hij timmert schrijvenderwijs wel aan de weg, maar is geen Bekende Nederlander. Compassie is vooralsnog zijn laatste boek. Ik ben ook nieuwsgierig naar ‘Grip’ – waarin bergbeklimmen een belangrijke rol speelt. Ik heb een paar bergbeklimmers in de directe familie – dus Hedwig en Sander, binnenkort maar eens dit boek gaan lezen. Dat lijkt me geen straf.

1 reactie

  • Ha Reinder,

    Mooi blog! Leuk ook te lezen hoe iemand anders een boek ervaart. In het midden laten of iets geloofwaardig is, klinkt het toch een beetje alsof je het niet gelooft. Terwijl ik juist dacht ‘dit verzin je niet’…

    Veel plezier alvast met Grip gewenst – het beste boek dat ik in jaren heb gelezen.
    Groet,
    Just

Door Reinder de Jager