Doorlezen of afhaken Over Maxim Hartman in de boekenbijlage van De Volkskrant

Er zijn vele zaken die mij grondig ergeren, en ik ben niet altijd even geduldig. Soms pak ik dan tegen de verkeerde uit en heb ik achteraf spijt. Je schiet er niks mee op, als je tegen een kassajuffrouw bij de AH tiert dat ze nu alwéér geen aubergines hebben; daar krijg je geen mooie aubergines van, geen enkele  – wel mensen met een slecht humeur die zich op hun beurt ’s avonds afreageren op hun vriendje. Voor je het weet heeft jouw simpele actie in een keten van gebeurtenissen geleid tot een aanslag in China. En wil je dat op je geweten hebben?

Nu zit mij opnieuw de graat dwars, en ik weet niet goed wie ik moet adresseren met mijn ergernis. Voordat ik de eerste de beste voorbijganger aanpak, zet ik mijn ongenoegen hier op het scherm; verdeeld over zo’n 50 lezers moet mijn gramschap uiteen gewaaierd zijn tot ijle damp; dat die bij één van u zal leiden tot een aanslag in China – wel, niets is onmogelijk, niets is zonder gevolg, ik ben er niet geheel gerust op – lijkt mij onwaarschijnlijk.

Voor den dag ermee: mij zit die Maxim Hartman niet lekker. Even om u weer bij de les te brengen: dat is die man die bij allerlei praatprogramma’s oreert tegen de verwijving van Nederland, die in bezigheden en interesses op alle mogelijke manieren laat zien dat hij wel een ECHTE MAN is, die vrouwen in een boekwerkje heeft ingedeeld in types (van ‘huppelkut’ tot ‘rammelende eierstok’). Die man dus. En het valt mij op dat hij op allerlei manieren een podium krijgt voor zijn lolbroekerij – van De Wereld Draait Door tot Pauls Puber Kookshow. Echt overal mag deze pias het enfant terrible uithangen, zogenaamd omdat hij zegt wat volgens hem iedereen (of het gehele mannendom althans) denkt (maar misschien niet durft te zeggen). Zogenaamd taboedoorbrekend en uiteraard tegen elke vorm van politieke correctheid in – eigenlijk tegen alles wat correct en fatsoenlijk is in. Hij is het zoveelste wormstekige aanhangsel van het principe dat alles wat gezegd kan worden (‘waarom niet’), ook gezegd moet worden. En juist deze man nu krijgt ook een plaats in de (dacht ik) prestigieuze boekenbijlage van De Volkskrant.

Daar vallen mij de ballen van af (ja, ik verlaag me even tot zijn niveau). In zijn rubriek ‘Doorlezen of afhaken’ mag hij van enkele pas uitgekomen boeken de eerste tien bladzijden lezen, om op grond daarvan het boek de grond in te boren of niet. Lol verzekerd – daar zorgt hij wel voor. In afkraken is hij een echte held – Lodewijk van Deijssel en Hermans waren daar watjes bij (geen echte mannen immers). Maar op gevaar af dat ik tot het verwijfde type gerekend word of tot de droogkloten die een bepaald gevoel voor humor missen (wat heb ik vanavond toch met kloten): dit heeft helemaal niks van doen met recenseren, en is daarom zo’n boekenbijlage onwaardig.

Waarom voel ik me zo aangesproken? Laat hem toch – je hòeft hem toch niet te lezen? Dat zijn kop jou niet aanstaat hoef je toch niet wereldkundig te maken? En doe ik niet hetzelfde als hij? Mijn leeservaringen delen met wie het maar lezen wil?

Kijk, dat maakt me pas echt kwaad. Ik doe beslist niet hetzelfde als hij. Hij pakt een willekeurig boek – zeg Andries Knevel over Paus Franciscus – en boort dat op grond van omslag en enkele andere indrukken totaal de grond in. Voor wie is dat nuttig? Voor de EO-gelovige: ‘O, Hartman vindt het niks – ik laat het links liggen’? Voor de niet-gelovige die het boek toch al niet zou lezen? Voor hemzelf om zich te positioneren? Een opgepompt ego leeg laten lopen in een vilein stukje is misschien wel eens aardig, maar gaat al heel gauw vervelen. Mijn leeservaring begint waar de zijne stopt. Ik leg terzijde wat mij meteen al niks lijkt, en lees een boek dat mij bij voorbaat al interesseert, en ik lees het van begin tot eind. Als ik het dan een enkele keer niks vind, dan is dat teleurstelling, puur omdat ik van de schrijver, omdat ik van het boek meer had verwacht. En dan brand ik het boek niet kolossaal af, maar geef een gewogen (en heel soms helaas: vernietigend) oordeel. Dan schep ik geen vreugde in die negatieve beoordeling – het is alsof ik een pupil zie die een andere kant opgaat dan ik wil. Een overwegend negatief oordeel maakt hoe dan ook verdrietig, een negatief oordeel moet op het eind de schrijver eigenlijk ook troosten. Volgende keer beter! We blijven je volgen. Aanmoediging is de kern van recenseren. Ik hoef maar te verwijzen naar mijn tweede motto.

Wat Maxim doet is uiteindelijk een aanfluiting voor de schrijver (je zult maar toevallig in zijn handen vallen), een aanfluiting voor de serieuze recensent (die toevallig wel een boek in zijn geheel leest) en een aanfluiting voor de lezer (die een recensie moet lezen die niet uit innerlijke noodzaak geboren is, maar uit de grillige willekeur van een zelfingenomen man). Daarom, Volkskrant: neem jezelf serieus! Toon dat je ballen hebt, weg met dit gedrocht in de boekenbijlage.

Doorlezen of afhaken, die rubriek? Wat mij betreft afhaken – volgende keer beter…

2 Reacties Schrijf een reactie

  1. Haha, tot zover de finale afrekening van Maxim H. Wel op een voor jou doen behoorlijk onwelgevoegelijke wijze. Lucht het op?

    Het stikt de laatste tijd helaas van nare zelfingenomen minkukels in onze geliefde papieren media en op de beeldbuis, geheel passend bij het tijdsbeeld van de nieuwe horkerigheid. Maar gelukkig is er tijdelijk verlossing mogelijk van dit kwaad: toch maar snel verder doorbladeren de krant, of indrukken die knop op uw tv!