Een nagelaten gedicht van Rogi Wieg II

Rogi Wieg

Van een bedrieglijke eenvoud is dit gedicht. Toen ik het de eerste keer snel overlas, vond ik het maar een allegaartje aan constateringen met een soort snelle conclusie erachteraan: 1. ik besta niet echt volgens de fysicus 2. God bestaat niet volgens de natuurkunde 3. het hiernamaals is dus (‘zo’) slechts een lemma in een woordenboek. Een redenering die net zo goed (of beter) in een stukje proza vervat had kunnen zijn. En vind ik dit gedicht nu ‘mooi’? Niks rijmt, van het ritme en het metrum kan ik geen brood bakken… Woorden als universum en multiversum stoten op elkaar – interessantigdoenerij lijkt het. Als dat alles is: klaar is kees. Handen afgeklopt, stuk geschreven, mening gegeven, op naar beter.

Eerst maar eens dat ‘mooi’-vinden van een gedicht (of voor mijn part van een stuk proza): het is een wijdverbreid misverstand dat een tekst moet ‘behagen’. Dat rijm, metrum, ritme er puur voor de esthetica zijn. Als dat zo is, kunnen we wel kerstballen aan de woorden hangen
Verder lezen

We gaan op vakantie en nemen mee II

Ik reis alleen

We gaan op vakantie en we nemen mee – deel II. Twee debuten: ‘Ik reis alleen’ van Samuel Bjørk en ‘Tunis’ van René van Rijckevorsel Verder lezen